Ontstaan van THIM Muziektheater

Ten tijde van de Renaissance zagen componisten en dichters in de tragedies en komedies uit de Griekse oudheid hun voorbeeld. Er bestonden twee opvattingen over de plaats die de muziek binnen het geheel van een Griekse voorstelling in had genomen. Volgens de ene opvatting werden alleen de koorstukken gezongen in een homofonische, declamatorische stijl met de nadruk op het ritme van het gesproken woord; volgens de andere werd alles gezongen, zowel de teksten van het koor als die van de acteurs.

Een Florentijns geleerde, Girolamo Mei (1519-1594), had uitgebreid onderzoek gedaan naar de muziek van de Grieken en vooral naar de rol van de muziek binnen het Griekse theater. Mei was de mening toegedaan dat alles werd gezongen. Hij publiceerde zijn bevindingen in de verhandeling De modis musicis antiquorum. Ook correspondeerde Mei over deze kwestie met Giovanni Bardi en Vincenzo Galilei.

Bardi bewoonde een paleis in Florence waar een informele academie regelmatig bijeenkwam om over literatuur, wetenschap en kunst te discussiëren, en waar ook nieuwe muziekcomposities werden uitgevoerd. Door de zanger-componist Giulio Caccini werd het later de ‘Camerata’ (club of coterie) van Bardi genoemd, waardoor het de geschiedenis is ingegaan als ‘de Florentijnse Camerata’.

Deze Florentijnse Camerata sprak rond 1577 uitvoerig over Mei’s brieven aangaande het oude Griekse theater en zijn muziek, die zeer effectvol moest zijn geweest. Hierdoor geïnspireerd formuleerden de leden van de Florentijnse Camerata een ideale vorm van drama waarbij de hele dramatische tekst zou worden gezongen. Deze vorm van drama noemden ze dramma per musica . Tegenwoordig spreken we van opera.

Bij deze bedachte kunstvorm bleek het overbrengen van de dramatische handeling via muziek vanaf den beginne problematisch. De verhouding tussen tekst en muziek, (welke van de twee was dominant?) bleef dan ook door de eeuwen heen een oeverloze discussie binnen operakenners, -makers en liefhebbers.

Voor haar doctoraal Theaterwetenschappen deed Marijke Beversluis onderzoek naar de verhouding tussen tekst en muziek vanaf het ontstaan van opera. Daarbij bleef voor haar één vraag hardnekkig de kop op steken: hoe zou het zijn gegaan als niet de opvatting van Mei uitgangspunt was geweest, maar de opvatting dat in Griekse tragedies sommige stukken tekst werden gezongen en andere stukken niet?

In het jaar van haar afstuderen bewerkte Marijke in opdracht van het NCA het hoorspel Nadere Kennismaking van W. Brakman tot libretto, waar Calliope Tsoupaki de muziek bij componeerde. Ook de regie was van Marijke’s hand. In deze productie werden sommige stukken tekst gezongen, andere stukken werden geacteerd. Het libretto was geschreven vanuit het principe dat per zin gekeken werd of de woorden moesten worden gezongen of gesproken. Dat bleek een goede formule te zijn om tot een zeer succesvolle productie te komen. 

Vervolgens was Marijke in opdracht van Kunst en Cultuur Gelderland inhoudelijk coördinator en docent van een pilot-cursus Nieuw Muziektheater gedurende het seizoen 06/07 in Arnhem. Tijdens deze opdracht werd haar idee om muziektheater producties te gaan maken waarbij de dominantie van de muziek níet geldt, alleen maar bevestigd en versterkt.

Een jaar later, in 2008, richtte ze Stichting THIM Muziektheater op, om met professionele uitvoerders muziektheaterproducties te gaan maken vanuit het idee: de inhoud bepaalt de vorm, en wel zó, dat alle betrokken kunstdisciplines in principe gelijkwaardig zijn. De inhoud staat centraal, de vorm volgt daaruit. Dat betekent in de praktijk op de werkvloer, dat steeds wordt gekozen welke discipline wanneer, waar, en hoe wordt ingezet.

Na tien jaar onderzoekend produceren is het nu tijd voor een volgende stap. De komende jaren richt THIM Muziektheater zich op het produceren van bestaande muziektheaterwerken en opera’s, met behoud van haar uitgangsprincipes.