Les Enfants Terribles

In 1925 schreef de Franse surrealistische kunstenaar Jean Cocteau de roman Les Enfants Terribles, later verschenen als toneelstuk en in 1952 als film. Philip Glass maakte er in 1996 een dansopera van die deel uitmaakt van drie muziektheaterwerken op basis van literatuur van Cocteau: Orphée, Les Enfants Terribles en La Belle et la Bête.
Uit deze trilogie wil THIM Les Enfants Terribles (LET) gaan opvoeren in Nederland. Het stuk is geschreven voor vier zangstemmen (SATB) en drie piano’s. Het libretto schreef Glass in samenwerking met de Amerikaanse choreografe Susan Marshall. Ze baseerden zich op het filmscript uit 1952. Susan Marshall verzorgde ook de choreografie van de eerste opvoeringen van Les Enfants Terribles. De opera wordt door grote operahuizen en balletgezelschappen regelmatig uitgevoerd over de hele wereld.
THIM transformeert de opera naar de situatie van nu, naar hoe jongeren opgroeien in de realiteit van alledag en tegelijkertijd zich veelvuldig en geïsoleerd terugtrekken in een schijnwereld via actuele communicatiekanalen.
Anders dan tot nu toe is gedaan zullen mimespelers in plaats van dansers de opera uitvoeren. Gezien de insteek van THIM zullen jonge spelers een aanzienlijk aandeel hebben in de uitvoering.

In essentie is het verhaal van Les Enfants Terribles volgens Cocteau zelf te lezen als een verhaal over de kunstenaarsziel. In LET zijn Paul en Elisabeth samen één personage, een kunstenaar. Paul staat voor de kant van het geraakt kunnen worden door schoonheid, verlangen, dromen, verliefdheid. De buitenwereld maakt een heftige indruk op hem, zodanig dat hij er ziek van wordt.
In zijn biografische boek ‘Words without music’ schrijft Philip Glass, in navolging van Cocteau, dat de trilogie Orphée, La Belle et La Bête en Les Enfants Terribles in feite over kunstenaarschap gaan. Over Les Enfants Terribles merkt hij op: “Les Enfants Terribles takes us to the world of Narcissus and, ultimately, Death.”
In de visie van regisseur Marijke Beversluis is LET in de kern het verhaal van een mislukte overgang van kindertijd naar volwassenheid. Het loslaten van de kindertijd en doorgroeien naar volwassenheid is een tamelijk universele, moeizame, spannende periode waarin ontsporing op de loer ligt.

De kracht van de opera schuilt in de combinatie van herkenbare situaties uit de werkelijkheid en emotionele onderstromen uit een niet rationele wereld. Opgroeien en volwassen worden is mooi, gruwelijk en weerbarstig. Cocteau beschrijft in zijn roman hoe Elisabeth en Paul in een magische droomwereld leven, waar de rationaliteit en bestaansbesef naar de achtergrond zijn gedrongen. Hun leefwereld is een irreële sprookjeswereld die dichter bij het kind-zijn staat dan bij het volwassen zijn. Het geïsoleerde bestaan van broer en zus, in hun ouderloos ouderlijk huis, kent analogieën met jongeren die veelvuldig en vanzelfsprekend gebruik maken van moderne techniek, van social media. Ouders hebben nauwelijks zicht op wat met deze technische verworvenheden allemaal wordt uitgespookt. Misschien is er ook sprake van mindere interesse. In verhalen waar kinderen van houden, zijn ouders vaak afwezig. Denk aan Pippi Langkous, de broertjes Kwik, Kwek en Kwak uit de Donald Duck, of bekende sprookjes als Hans en Grietje of Roodkapje. In het verhaal van  Elisabeth en Paul is de vader afwezig, de moeder gaat dood, hun beste vriend Gérard heeft alleen een oom en Agathe is wees. Met andere woorden, de wereld zoals Cocteau die beschrijft past in dat opzicht in de lijn van geliefde kinderverhalen. Kortom, in een kleine honderd jaar tijd ziet de puberwereld door nieuwe communicatietechnieken er volstrekt anders uit, maar uiteindelijk is er niet veel veranderd bij het loslaten van de kindertijd en het doorgroeien naar volwassenheid. Dat is meer nog dan vroeger lijkt het, een spannende periode waarin ontsporing in de realiteit van alledag op de loer ligt, al helemaal als tradities, vaste rolpatronen en rituelen bij dat proces steeds minder houvast bieden.

De voorbereidingen vinden plaats in een periode waarin de corona-pandemie het dagelijks leven plat legt.
Scholieren en jongeren zijn gedwongen enkele weken in quarantaine te leven. Dat brengt het verhaal van Elisabeth en Paul uit Les Enfants Terribles, die in een min of meer vrijwillig gekozen isolement leven, voor de jongeren van nu een stuk dichter bij hun ervaringswereld.

De regie van Les Enfants Terribles ligt in handen van Marijke Beversluis. De muzikale leiding neemt pianist Feico Deutekom voor zijn rekening. Producent is P22.
Carolien Dokter, docent beweging op de acteursafdeling van de HKU, wordt aangetrokken als bewegingsregisseur.
Marina van der Heiden, kostuum- en decorontwerpster met een indrukwekkende staat van dienst voor o.a. dansgezelschap Aya en mimegroep Golden Palace, en ook voor enkele producties van THIM.
Wijnand van der Horst ontwerpt het lichtdecor. Titus Franssen assisteert hem daarbij en is tijdens de speelperiode de uitvoerend technicus.

Het pianoduo Amarcord, bestaande uit Ivana Alcovic en Maarten den Hengst, vormt samen met Feico Deutekom het drietal pianisten dat de pianomuziek vertolkt.

Elvire Beekhuizen, sopraan, zingt de rol van Elisabeth; Mees Borgman, mimer, vertolkt Elisabeth met fysiek spel
Robert Brouwer, bariton, zingt de rol van Paul; Martijn Schrier, mimer, vertolkt Paul met fysiek spel
Elsbeth Gerritsen, mezzosopraan, zingt de rol van Dargelos/Agathe; Anna Bentivegna, mimer vertolkt Dargelos/Agathe met fysiek spel
Erik Slik, tenor, vertolkt de rol van Gérard fysiek en met zang, is ook verteller